Financiering

Waarin dient deze paragraaf inzicht te geven?

De financieringsparagraaf geeft inzicht in de ontwikkelingen in het begrotingsjaar en behandelt de beleidsvoornemens voor het komende jaar. In deze paragraaf komen achtereenvolgens aan de orde, het wettelijk kader van de financieringsparagraaf, de algemene ontwikkeling op het gebied van financiering, het gemeentelijke financieringsbeleid en de financieringsstructuur, de risico’s uit hoofde van de treasury en tot slot de berekening van het EMU-saldo.

Belangrijke conclusies uit deze paragraaf

  • Geen grote stijging langlopende rente verwacht;
  • Renteresultaat 2019 ongeveer €0,42 miljoen positief;
  • Renteomslagpercentage in 2019 en verder 2,5%;
  • Rente grondexploitatie in 2019 en verder 2,4%

Wettelijk kader

Het beheersen van financiële risico’s is een belangrijke opgave voor de gemeente. De Wet financiering decentrale overheden (FIDO) verplicht de gemeenten daarom tot het hebben van een treasurystatuut.

Dit is een regeling voor het sturen en beheersen van geldstromen, met alle risico’s die hieraan verbonden zijn. De gemeente controleert haar financiën nauwlettend en legt daarover verantwoording af. Ook dit is wettelijk verplicht. Die verantwoording komt onder meer terug in de begroting en jaarrekening. Het treasurystatuut is in mei 2017 door de gemeenteraad vastgesteld.

Belangrijke punten uit het treasurystatuut:

  • Het beleid van de gemeente is erop gericht dat er altijd voldoende financiële middelen beschikbaar zijn;
  • Het aangaan en het verstrekken van leningen is alleen toegestaan als het geld wordt ingezet voor de publieke taak van de gemeente. Aan de leningen liggen verstandige besluiten ten grondslag. De leningen zijn niet gericht op het genereren van winst door het nemen van overmatige risico’s;
  • Uitzettingen (beleggingen) vinden alleen plaats bij Nederlandse overheidsinstellingen of financiële instellingen met een kredietwaardigheid van een AA-rating. De ratings worden afgegeven door een rating agency;
  • Bij het aantrekken / uitzetten van financiën wordt een offerte gevraagd bij ten minste 2 financiële instellingen.

Interne ontwikkelingen

Rentebeleid

Het beleid van gemeente is gericht op het aantrekken van nieuwe leningen met een totale gemiddelde looptijd van 10 jaar. Verder willen we optimaal gebruiken van de kasgeldlimiet van €29 miljoen. Dat zijn de hoofdlijnen van het financieringsbeleid van de gemeente die door de raad zijn vastgesteld. Het beleid wordt de komende jaren voortgezet, rekening houdend met de financieringsbehoefte en rentevisie.

Herfinanciering en aanvullende financiering

De financieringsbehoefte voor de periode tot en met 2022 wordt geraamd mede aan de hand van het treasury jaarplan 2018-2021. Onze rekening courant biedt in 2018 de ruimte om tot een bedrag van €30 miljoen te financieren. In de nieuwe BNG-financieringsovereenkomst die geldt vanaf 1 januari 2019 bedraagt de kredietruimte €28 miljoen en bedraagt de intradaglimiet €2 miljoen. De intradaglimiet maakt het mogelijk om dagelijks tijdens de kantooruren tot het overeengekomen bedrag van €2 miljoen, de kredietruimte te overschrijden.

We verwachten ten tijde van het opstellen van de financieringsparagraaf dat in 2019 geen nieuwe langlopende lening behoeft te worden afgesloten.

Externe ontwikkelingen

Rentevisie

Een belangrijke factor bij de uitvoering van het treasurybeleid is het verloop van de geld- en kapitaalmarktrente. De visie ten aanzien van renteontwikkeling is medebepalend voor het te volgen financieringsbeleid. Onze rentevisie baseren wij op de rentevisies van een aantal grootbanken. Deze zijn hieronder weergegeven:

Verwachtingen

Prognose over 12 maanden

Per 21 juli 2017

3-maands

10-jaars

ABN AMRO

-0,33%

1,20%

ING

-0,25%

-

BNP Paribas

-

-

Rabobank

-0,28%

1,20%

Belfius

-0,25%

1,55%

Commerzbank

-0,25%

1,30%

Gemiddeld

-0,27%

1,31%

De hiervoor vermelde rentepercentages zijn zogenaamde “kale rentes”. Financiële instellingen berekenen hier bovenop een opslag voor risico’s, kosten en winst. Voor gemeenten ligt deze momenteel, afhankelijk van de looptijd tussen de 0,1 % - 0,4 %.

Uit de meest recente rentevisie (Thésor Marktperspectief 16 juli 2018) blijkt dat naar verwachting de kapitaalmarktrente nog steeds laag zal blijven. Voor 2019 wordt zowel voor de korte rente als de lange rente een relatief stabiele situatie verwacht.

Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF)

Europese eisen en afspraken voor het terugdringen van het begrotingstekort en de staatsschuld vormen de basis van de wet HOF. Voor de collectieve sector als geheel mag het structurele tekort maximaal 0,5% zijn van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Dit heet het EMU saldo. De overheidsschuld mag niet hoger zijn dan 60% BBP.

Omdat lagere overheden bijdragen aan het begrotingstekort van de collectieve sector, bepaalt het wetsvoorstel dat ook de decentrale overheden zich moeten houden aan de doelstellingen uit het aangescherpte Stabiliteits- en Groeipact. De wet HOF is in december 2013 aangenomen.

In 2015 is er een wetswijziging vastgesteld. Het aanvankelijke sanctiemechanisme is vervangen door een correctiemechanisme. Dit laatste mechanisme treedt alleen in werking als de macronorm voor het EMU-saldo van de decentrale overheden structureel wordt overschreden. Dat wil zeggen dat er sprake is van een meerjarige overschrijding van het collectieve aandeel in het EMU-saldo van de decentrale overheden gezamenlijk.

Schatkistbankieren

In december 2013 is het zogenoemde schatkistbankieren ingevoerd. Dit betekent dat de gemeente wettelijk verplicht is om tijdelijk overtollige middelen (liquiditeitsoverschotten) die boven een wettelijk geregeld saldo uitkomen, moet stallen bij het Rijk. Voor de gemeente Deventer geldt dat het saldo vanaf €2,2 miljoen automatisch wordt afgeroomd. Ook is het mogelijk om overtollige middelen te beleggen bij andere overheden zoals gemeenten, provincies en waterschappen. De hoofdreden van deze verplichting is om het EMU saldo op Rijksniveau terug te dringen. Een bijkomende reden is dat gemeenten (en andere lagere overheden) op deze wijze geen risico’s lopen op hun uitgezette gelden. Deventer heeft de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de kasgeldlimiet. De verwachting is dat schatkistbankieren beperkt zal worden toegepast in 2019.

Het drempelbedrag schatkistbankieren bedraagt voor 2019 €2.574.000 en moet per kwartaal worden geplaatst tegenover het gemiddeld op dag basis buiten ’s Rijks schatkist gehouden middelen worden geplaatst. Dus tegenover het gemiddelde van alle gemeentelijke bankrekeningen.

De verwachting is dat in 2019 binnen de limiet van schatkistbankieren wordt gewerkt.

Gemeentefinanciering

Financieringsbeleid gemeente Deventer

Het financieringsbeleid van de gemeente gaat uit van integrale financiering. Voor investeringen wordt een gemiddelde rente gebruikt. Dit heet omslagrente. Voor de begroting 2019 en verder is deze omslag rente verlaagd van 2,7% naar 2,5%; de rente grondexploitatie bedraagt voor begroting 2019 en verder 2,4%.

De renteomslag is berekend op de wijze zoals beschreven in de notitie Rente 2017 die vanaf het begrotingsjaar 2018 verplicht is en de rente grondexploitatie is berekend conform notitie grondexploitatie 2016. Beide notities zijn kaders volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV).

Deze percentages worden in beginsel zowel in de begroting als in de jaarrekening gebruikt tenzij er sprake is van een relatief forse afwijking. Indien namelijk de werkelijke rentelasten over een jaar die aan de taakvelden hadden moeten worden doorbelast meer dan 25% afwijken van de rentelasten die op basis van de voor gecalculeerde renteomslag zijn doorbelast, dan is de gemeente verplicht gesteld

dit te corrigeren. Binnen een afwijking van 25% of minder dan kan de gemeente besluiten tot correctie.

Verschillen tussen de vooraf geraamde rentelasten en de werkelijke rentelasten worden verrekend met de egalisatiereserverente.

Om te voorzien in de financieringsbehoefte staan de gemeente interne en externe financieringsmiddelen ter beschikking. De interne financieringsmiddelen bestaan uit de reserves, oftewel eigen vermogen, en de voorzieningen. De externe financieringsmiddelen bestaan uit de opgenomen langlopende geldleningen en kortlopende middelen (bijvoorbeeld rekening courant en werkkapitaal), oftewel het vreemde vermogen. In het treasurystatuut is opgenomen dat de gemeente zoveel mogelijk gebruik zal maken van de intern beschikbare financieringsmiddelen.

(bedragen x €1 miljoen)

Financieringsstructuur

Begroting 2017

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Investeringen in

Vaste activa

298

301

298

323

Onderhanden werk grondexploitatie

83

68

77

69

Totaal investeringen

381

369

375

392

Gefinancierd met

Reserves

61

72

67

60

Nog te bestemmen resultaat

0

4

0

0

Voorzieningen

9

9

9

8

Langlopende financiering

295

276

302

320

Totaal financiering

365

361

378

388

Financieringstekort (-) / overschot (+)

-16

-8

3

-4

Financieringsresultaat

Voor de begroting 2019 wordt rekening gehouden met €10,51 miljoen aan rentekosten. Via de methodiek van de renteomslag wordt totaal €11,31 miljoen aan rentelasten omgeslagen over de activa en daarmee doorbelast aan de taakvelden. Het verwachte renteresultaat voor 2019 komt op €0,49 miljoen. Voor 2020 wordt een renteresultaat verwacht van €0,49 miljoen, voor 2021 een renteresultaat van €0,46 miljoen en voor 2022 een restresultaat van €0,75 miljoen.

(bedragen x €1 miljoen)

Opstelling

R2017

2018

2019

2020

2021

2022

Rentelasten

rente korte financieringsmiddelen

-0,08

-0,04

0

0

0

0

rente langlopende geldleningen

9,47

9,20

8,67

8,68

8,36

7,76

rente op eigen financieringsmiddelen

0,84

0,62

0,59

0,56

0,52

0,50

rente op voorziening wethouders-pensioen

0,14

0,13

0,13

0,13

0,14

0,14

rente verliesvoorzieningen grondexploitatie

0,83

0,91

0,92

0,86

0,87

0,83

bijdrage aan exploitatie

0,06

0

0

0

0

0

Sub-totaal

11,26

10,82

10,51

10,23

9,89

9,23

Rente opbrengsten

Doorberekening aan vaste activa i.v.m. kapitaalbeslag

15,49

11,39

11,00

10,72

10,35

9,98

Sub-totaal

15,49

11,39

11,00

10,72

10,35

9,98

Renteresultaat

4,23

0,57

0,49

0,49

0,46

0,75

Om jaarlijkse fluctuaties in de rente te voorkomen, is in Deventer gekozen voor een vaste renteomslag die voor 2018 2,70% bedraagt. De voordelige renteresultaten worden gestort in de egalisatiereserve rente. De renteomslag is berekend op de wijze zoals beschreven in de notitie Rente 2017 die vanaf het begrotingsjaar 2018 verplicht is.

Leningenportefeuille

De hoeveelheid geleend geld bedraagt per 1 januari 2018 €275 miljoen. De verwachting van het verloop van de leningenportefeuille tot 1 januari 2020 ziet er als volgt uit:

(bedragen x €1 miljoen)

Leningenportefeuille

Bedrag

Gewogen gemiddelde rente(in %)

Werkelijke stand per 1 januari 2018

275

3,33

Contractuele aflossingen in 2018

19

-

Nieuwe leningen 2018

75

-

Geraamde stand per 1 januari 2019

331

2,70

Contractuele aflossingen 2019

12

-

Herfinanciering/consolidatie 2019

0

-

Geraamde stand per 1 januari 2020

319

2,72

Werkkapitaalbeheer

Het is belangrijk om de omvang en looptijden van de vlottende activa en vlottende passiva zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen, zodat een organisatie in staat is op korte termijn aan haar korte verplichtingen te voldoen. Verder leidt een doelmatig werkkapitaalbeheer tot minimalisatie van de rentekosten en een maximalisatie van de renteopbrengsten. Naar verwachting wordt er per 31 december 2019 voor een bedrag van €321 miljoen vastgelegd in vaste activa. Hier tegenover staat een totaal aan vaste (lange) financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) van €391 miljoen. Een deel van de vlottende activa wordt daarom gefinancierd met lang vermogen waarmee het netto werkkapitaal positief is. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de prognose voor het werkkapitaal voor een deel bestaat uit de grondvoorraden die in feite niet op heel korte termijn in liquide middelen kunnen worden omgezet.

Risicobeheer

De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het financieringsbeleid bij de gemeente Deventer zijn renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s.

Renterisico’s

De Wet Fido kent een tweetal wettelijke normen te weten de kasgeldlimiet en de renterisiconorm, die beogen om de renterisico’s van lagere overheden binnen de perken te houden en te beheersen. Beide normen worden hierna toegelicht.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft de toelaatbare omvang van de netto vlottende schuld aan en dient daarom om het renterisico op de korte termijn te beheersen. Juist voor de korte termijn geldt dat de renterisico’s aanzienlijk kunnen zijn, gezien de mogelijke fluctuaties op de geldmarkt. Onder de vlottende schuld vallen alle financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. Het begrotingstotaal 2019 bedraagt €343 miljoen waarmee de kasgeldlimiet uitkomt op afgerond €29 miljoen. De limiet bedraagt een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage (=8,5%) van de begrote gemeentelijke uitgaven. Iedere drie maanden wordt de stand van de netto vlottende schuld van de gemeente getoetst aan de kasgeldlimiet. Bij een te verwachten overschrijding van de kasgeldlimiet dient tot consolidatie van de vlottende schuld te worden overgaan en dienen daardoor langlopende financieringsmiddelen te worden aangetrokken.

Rente risiconorm

De renterisico’s op de langlopende financieringsmiddelen wordt ingekaderd door de rente risiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering (van aflossingen) niet hoger zijn dan 20% van het lastentotaal van de begroting bij aanvang van het jaar. Het doel van de renterisiconorm is het realiseren van een spreiding van de rente typische looptijden van de leningenportefeuille waardoor een verandering in de rente vertraagd doorwerkt in de rentelasten van de gemeente. De onderstaande tabel geeft het verwachte verloop voor 2019-2022 weer van de renterisiconorm waarbij ter vergelijking de cijfers van 2018 zijn gezet.

(bedragen x €1 miljoen)

Renterisico op vaste schuld

2018

2019

2020

2021

2022

1a. Renteherziening op vaste schuld (o/g)

0

0

0

0

0

1b. Renteherziening op vaste schuld (u/g)

0

0

0

0

0

2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

0

3. Betaalde aflossingen

19,11

12,12

37,10

39,01

43,02

4. Renterisico op vaste schuld (2+3)

19,11

12,12

37,10

39,01

43,02

Renterisiconorm

5. Grondslag per 1 januari

275

331

319

305

287

6. Het bij ministeriële regeling vastgelegde percentage

20,00%

20,00%

20,00%

20,00%

20,00%

7. Renterisiconorm

55,00

66,20

63,80

61,00

57,40

Toets renterisiconorm

8. Renterisiconorm (7)

55,00

66,20

63,80

61,00

57,40

9. Renterisico op vaste schuld (4)

19,11

12,12

37,10

39,01

43,02

10. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (8-9)

35,89

54,08

26,70

21,99

14,38

De conclusie is dat de gemeente Deventer ruim binnen de renterisiconorm blijft.

Kredietrisico’s

Uitzettingen kunnen op grond van de Wet Fido en het treasurystatuut slechts plaatsvinden uit hoofde van de uitvoering van een publieke taak. Daarnaast vinden uitzettingen alleen plaats bij Nederlandse overheidsinstellingen en financiële instellingen met een kredietwaardigheid van een A1-rating en/of AA-rating. In het volgende overzicht is de samenstelling van de leningportefeuille u/g weergegeven:

(rente in %; stand en prognose x €1)

Instantie

Rente

Bedrag per

Prognose per

01‑01‑2018

01‑01‑2018

01‑01‑2019

31‑12‑2019

NV Maatschappelijk Vastgoed Deventer

4%

9.501.378

17.356.180

16.908.254

Sportbedrijf Deventer NV

2,12% - 4%

15.045.849

14.346.159

13.684.524

NV Wonen boven Winkels

geen

280.788

178.206

74.076

Enexis BV

geen

907.199

907.199

0

Vitens

4%

495.246

371.432

247.618

Leningen energieaanpak woningen

geen

200.000

200.000

200.000

SVN Voorstad Oost

5%

233.490

206.952

179.697

Deventer Woningabonnement

5%

418.029

418.029

418.029

GAE

4%

3.569.439

4.005.796

3.930.167

Lening zonnepanelen

5%

96.319

29.266

26.201

Lening Vereniging van eigenaren

5%

800.000

800.000

800.000

Totaal

31.547.737

38.819.219

36.468.566

Liquiditeitsrisico’s

Onder liquiditeitsrisico’s wordt verstaan de mogelijkheid van de gemeente om op korte termijn aan haar betalingsverplichtingen te voldoen en bijvoorbeeld de crediteuren te betalen. Met andere woorden, staat er voldoende geld op de bank. Interne liquiditeitsrisico’s worden beperkt door de treasuryactiviteiten te baseren op een korte en lange termijn liquiditeitsplanning. Bovendien is een gemeente zeer kredietwaardig en altijd in staat geld uit de kapitaalmarkt te halen.

EMU-saldo

In 2004 hebben Rijk en medeoverheden afgesproken dat het EMU tekort van medeoverheden maximaal -0,5% BBP mag bedragen. Dit is bepaald op de Europese grens van 0,3% BBP die geldt voor de volledige Nederlandse collectieve sector. De EMU grens voor medeoverheden wordt de macroreferentiewaarde genoemd.

(bedragen x €1.000)

EMU saldo

R2017

B2018

B2019

B2020

B2021

B2022

1.

Exploitatiesaldo voor toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-3.800

-3.449

-4.763

116

1.537

3.632

2.+

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

10.800

11.487

11.581

11.981

12.293

11.712

3.+

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie

800

500

489

490

492

493

4.-/-

Investeringen in (im)materiele vaste activa die op de balans worden geactiveerd

8.500

3.033

20.545

2.820

1.404

1.370

5.+

Baten uit bijdragen van andere overheden, de EU en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4

-2.800

0

-995

0

0

0

6.+

Desinvesteringen in (im)materiele vaste activa (baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs) voor zover niet op exploitatie verantwoord)

-300

0

0

0

0

0

7.-/-

Aankoop van grond en uitgaven aan bouwrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)

8.580

12.505

5.980

10.032

6.255

3.715

8.+

Baten bouwgrond- exploitatie (voor zover niet op exploitatie verantwoord)

11.280

22.521

28.385

20.125

16.875

13.622

9.-/-

Lasten op balanspost voorzieningen (transacties derden)

500

385

337

337

337

337

10.-/-

Lasten ivm transacties derden, die niet onder post 1 genoemde exploitatie lopen maar rechtstreeks tlv de reserves worden gebracht (en niet al hierboven meegenomen)

0

0

0

0

0

0

11.-/-

Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? Ja/Nee

Zo ja, wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?

2.400

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Berekend EMU saldo

-4.000

15.135

7.835

19.523

23.201

24.037